“Bij ons draait het niet alleen om machines, maar om mensen, vertrouwen & kwaliteit.”
Bij RKVV Roosendaal zijn we trots op onze sponsors. Samen met de vele vrijwilligers zorgen zij ervoor dat onze vereniging bloeit, dat er plezier is en dat we mooie prestaties neerzetten. In deze rubriek zetten we onze clubsponsors in het zonnetje. We gaan langs bij ondernemers die onze club een warm hart toedragen en geven zo een kijkje achter de schermen. Deze keer gingen we op bezoek bij Niels de Beer van De Beer Infraservice en wat volgt, is een indrukwekkend relaas van een bevlogen ondernemer.
Van topsporter naar ondernemer
Oktober is net begonnen als we een bezoek brengen aan de Gastelseweg 231 in Roosendaal. We zijn benieuwd naar deze clubsponsor die ons sportpark zo netjes onderhoudt. Het duurt even voordat eigenaar Niels de Beer (42) tijd heeft, want hij wordt zes keer gebeld in korte tijd. Even later zegt hij met een glimlach: “Dit is nu onze branche: snel schakelen en gelijk dingen oplossen.” Hij neemt ons mee naar zijn prachtig ingerichte kantoor. We kenden Niels van de foto’s, maar in het echt maakt hij nóg meer indruk. Ruim 1 meter 90 en 137 kilo schoon aan de haak – een imposante verschijning! Maar wat vooral opvalt, is zijn energie. Niels praat niet alleen over ondernemen, hij lééft het. De eigenaar van De Beer Infraservice combineert de mentaliteit van een topsporter met de nuchterheid van een vakman en de betrokkenheid van een echte Roosendaler. Tussen het geluid van vrachtwagens en borstelmachines vertelt hij over zijn pad van rugbyer naar ondernemer, over zijn drang om iets terug te doen voor de stad en over wat het betekent om dag en nacht bereikbaar te zijn. “Ik heb altijd fanatiek gesport,” begint hij. “Atletiek en rugby, allebei op het hoogste niveau. Ik ben bij de jeugd Nederlands kampioen kogelstoten en discuswerpen geweest en speelde rugby in Jong Oranje en later zelfs in het grote Oranje. Dat was mijn leven: trainen, reizen, grenzen verleggen. Je leert offers brengen om iets te bereiken.” Die mentaliteit – discipline, doorzettingsvermogen en teamgevoel blijkt later zijn handelsmerk als ondernemer. Na een poosje HBO Commerciële Economie in Breda ging hij studeren aan de Randstad Topsportacademie in Utrecht, waar topsporters hun studie combineerden met hun sport. “Twee ochtenden college, de rest van de week trainen. Een geweldige tijd. Maar op een gegeven moment moest ik kiezen tussen atletiek en rugby. Rugby won. Tot mijn club RCC Roosendaal degradeerde uit de Ereklasse en ik moest uitwijken naar clubs in Oisterwijk, Den Bosch of Rotterdam, want van de rugbybond moest je op het hoogste niveau actief zijn. Toen dacht ik: ik ga iets nieuws doen.” Hij stopte met rugby, met atletiek én met zijn plan om naar Australië te gaan. “Ik ontmoette mijn vrouw en koos voor een ander leven. Even later stond ik te kickboksen, ook leuk, maar dat wereldje lag me niet: te veel ego, te weinig sportiviteit. Uiteindelijk ben ik gewoon bij BSC gaan voetballen in een vriendenteam. Sport moest wel in mijn leven blijven.”
Van bureau naar bouwplaats
Zijn werkzame leven begint bij een wervings- en selectiebureau in de civiele techniek. “Daar ontdekte ik mijn fascinatie voor de technische wereld. Ik bemiddelde projectleiders en uitvoerders voor bedrijven als Strukton. Op een dag zei een directeur: ‘Als er ooit iets voor jou vrijkomt, laat ik het weten.’ Acht maanden later belde hij. Zo ben ik in de wereld van incidentmanagement gerold.” Hij lacht. “Dat was een fantastische leerschool. Branden, lekkages, ongevallen – situaties waarin je direct moet schakelen. Ik werd projectleider, later operationeel manager. Twaalf en een half jaar gewerkt, veel opgebouwd. Maar in zo’n groot concern word je uiteindelijk een radertje. Alles moet via formulieren en vergaderingen. Ik wilde zélf beslissen, zélf verantwoordelijk zijn.” Dat moment komt als hij hoort dat het Roosendaalse bedrijf Rademakers te koop staat. “Een klein bedrijf, dertien man, gespecialiseerd in grond- en veegwerk, reiniging en calamiteiten. Ik zag potentie. De vorige eigenaar had geen opvolging en geen ambitie meer. Dus ik dacht: dit is mijn kans.”
Nieuwe energie met De Beer Infraservice
In 2021 neemt hij het bedrijf over en geeft het een nieuwe naam: De Beer Infraservice. “Vanaf dag één alles stap voor stap vernieuwd: materieel, certificeringen, bedrijfskleding, website. Het imago moest anders. We wilden geen loonwerkbedrijf zijn, maar een modern infraservicebedrijf: flexibel, professioneel, breed inzetbaar.” Vandaag telt De Beer Infraservice ruim dertig vaste medewerkers en een flexibele schil. “We doen grondwerk, straatwerk, reiniging, calamiteiten en terreinonderhoud. Met onze mensen en machines kunnen we klanten compleet ontzorgen. Als jij belt, regelen wij het.” De 24/7-bereikbaarheid is hun handelsmerk. “Dat verschilt enorm. Soms vijf en soms wel twintig oproepen per week. ’s Nachts uit bed? Hoort erbij. Dat onderscheidt ons. We hebben veel klanten in en rondom Roosendaal; bedrijven als Polytech, distributiecentrum Primark, Tosca en Loendersloot. Waar we drie jaar geleden enkel nog eens per week de palletcontainers aandrukten met een mobiele kraan, verzorgen we nu inmiddels al het groen- en grijsonderhoud, inclusief het reinigen van putten en kolken. Bij Polytech begonnen we met een kraantje dat containers aanduwde; nu doen we daar alles: asfalt, groen, kolken, onderhoud. Wanneer er zich een incident of calamiteit voordoet, bijvoorbeeld een lekgeraakte dieseltank, staan we binnen 60 minuten op locatie om de situatie op te lossen. Zo simpel is het.” Zijn filosofie is dichtbij blijven. “De regio Roosendaal is groot genoeg. Waarom zou ik het ver weg zoeken? Hier kennen mensen elkaar nog. Eén belletje en we lossen het op.”

Familiebedrijf met geschiedenis
De naam De Beer is al decennialang verbonden met Roosendaal. “Mijn opa begon ooit met paard en wagen. Mijn vader, Willem, en mijn oom Kees namen het over. De Beer Transport werd een begrip in Roosendaal. Mijn vader was de technische man en helpt nog steeds af en toe mee met het onderhoud van onze wagens. Dat procesdenken, die precisie, dat heb ik van hem. Wat vroeger een kaartenbak was, is nu een computer. De kern blijft hetzelfde: orde, structuur en zorg voor je spullen.” Zelf werkt Niels dag en nacht. “Zeven dagen per week, dat vind ik prima. Maar verhuizen naar het bedrijfsterrein was voor de kinderen wel pittig, ze hebben nu geen vriendjes meer om de hoek. Dat is het grootste offer dat we gebracht hebben. Mijn vrouw steunt me volledig, ze is eraan gewend. En mijn vader? Die komt hier nog regelmatig kijken en helpen. Trots als een pauw natuurlijk.”

Het logo als eerbetoon
Wat Niels misschien nog het mooist vindt, is dat het vertrouwde logo van vroeger een nieuw leven kreeg. “Dat oude logo met de berenkop stond vroeger op de vrachtwagens van mijn vader en opa. Ik heb het altijd gezien als een symbool van kracht, betrouwbaarheid en familie-eer. Toen ik De Beer Infraservice startte, wist ik: dat beeld moet terug. Niet als nostalgie, maar als eerbetoon. We hebben het logo gemoderniseerd, maar de kern (die beresterke beer) is gebleven. Als ik nu die wagens zie rijden met dat embleem, denk ik aan drie generaties vakmanschap. Dat maakt me trots. Dat is meer dan marketing; dat is onze identiteit.”

Maatschappelijk betrokken
Ondanks de drukte vindt hij tijd om iets terug te doen. “Als ondernemer moet je ook maatschappelijk bijdragen. De Beer is van oudsher een Roosendaals bedrijf. Ons logo hoort in de straten van de stad te staan – letterlijk en figuurlijk.” Dat doet hij op allerlei manieren. “Bij het beachvolleybal in het Sterrebos hebben we het zand gebracht en weer opgeruimd. Sommige bewoners hadden nog nooit een strand gezien, ik vond het prachtig om te zien hoe zij hun ogen uitkeken. Voor het Jeu de Boule-toernooi maken we de banen klaar, en bij evenementen zorgen we voor materiaal en mensen. We helpen waar we kunnen.” Ook op sportief vlak is De Beer een bekende sponsor. “Ik steun verschillende clubs: rugby, tafeltennis, voetbal. Niet om m’n naam groot op een bord te zetten, maar omdat verenigingen mensen verbinden. Dat is belangrijker dan winst.” Zijn eigen sportcarrière werkt nog steeds door in zijn kijk op verenigingen. “Ik heb bij BSC jarenlang een meidenteam getraind. Prachtige tijd, maar je merkt hoe belangrijk vrijwilligers zijn. Zonder die inzet stort een club als een kaartenhuis in. Dat geldt voor alle verenigingen. Daarom moeten ondernemers niet alleen geld geven, maar ook betrokkenheid tonen. Een terrein vegen of even helpen, dát is voor mij de echte steun.”
RBC en RKVV Roosendaal
Zijn hart ligt bij de Roosendaalse sport. “Ik was afgelopen seizoen wedstrijdsponsor bij dé promotiewedstrijd van RBC, waarbij het ATIK-stadion met 4500 toeschouwers helemaal uitverkocht was. Prachtig om te zien hoe daar drie generaties samenkomen. Jong en oud, alle culturen door elkaar. RBC verbindt Roosendaal. Toen ik zag hoe slecht het terrein erbij lag, heb ik aangeboden om het buitenonderhoud te doen in ruil voor wat sponsoractiviteiten. Niet om reclame te maken, maar omdat het me gewoon raakte.”
Bij RKVV Roosendaal is Niels eveneens actief betrokken. “Ik kende de club eigenlijk niet, tot ik via Volkan in contact kwam. Ik kwam op een woensdagmiddag langs, kreeg een presentatie over de historie en dat maakte indruk. Daar zit ziel, daar zit een verhaal. Toen dacht ik: hier hoor ik bij.” De Beer Infraservice is inmiddels clubsponsor en vaste helpende hand. “Ik ben beretrots op onze reclame-uitingen op de hoofdtribune, die is supermooi. Daarnaast ben ik blij dat we ons steentje kunnen bijdragen door het onderhouden van het terrein bij de club, vooral de verharding en het onkruid. Tijdens toernooien springen we bij met mankracht en machines, vaak gewoon met gesloten beurs. Waarom zou je betalen voor iets wat wij met plezier doen?” Over RKVV Roosendaal is hij vol lof. “Die club bruist. 1800 leden, honderden vrijwilligers en het Derde Helft Toernooi. Dat is niet normaal. Als dat vastgehouden wordt, blijft het jarenlang een van de mooiste clubs van de stad. En ik hou van die gezelligheid: samen aanpakken, samen lachen.”

Ambitie en toekomst
Waar hij naartoe wil? “Eigenlijk vind ik het allerbelangrijkste dat mijn mensen met plezier naar hun werk komen en dat we het samen leuk hebben. En als dat zo blijft, dan is het ook wel een streven om de beste in de regio te zijn in terreinonderhoud in combinatie met de 24/7 calamiteitendienst. Niet de grootste, maar de beste. Groei mag, zolang het plezier blijft. Ik werk graag zeven dagen per week, maar het moet wél leuk blijven. Daarom bouwen we nu aan meer structuur: mensen aannemen voor planning en aansturing, zodat het bedrijf niet alleen op mij draait.”
Hij denkt even na en glimlacht. “Mijn ambitie is eigenlijk simpel: dat ik met trots door Roosendaal rijd en onze mensen zie werken, met nette machines, in goede kleding en vooral lachend met elkaar. Dan weet ik: dit klopt. Dat is De Beer. De Beer Infraservice is meer dan een bedrijf,” besluit hij. “Het is mijn manier om iets terug te doen voor de stad. En als ik zie hoe onze mensen het verschil maken, dan denk ik: ja, dit is precies wat ik voor ogen had.”
